Pedagogisch beleid
Als ouder wilt u (natuurlijk) weten hoe wij denken over opvoeden en zo....
Je kindje wil je het beste geven en aan ons toevertrouwen als het bij ons is, daarom is vertrouwen en communicatie hierover heel belangrijk. Als basis hiervoor is het pedagogisch beleid gemaakt, zo is voor zowel de ouder(s) en medewerker(s) duidelijk hoe wij bij De Spetters opvoeden.
In het pedagogisch beleid staat welke activiteiten wij doen, hoe wij er voor zorgen dat alle aspecten die bij het opgroeien horen stimuleren.
Zodat je kindje in een veilige goede omgeving opgroeit tot een zelfstandig mens(je) met zelfvertrouwen.
Je kan hierover naar vragen aan de medewerkers hoe zij omgaan met bepaalde situaties.
Opvoedingsdoelen
Hieronder kunt u in het kort het pedagogisch beleid van De Spetters lezen. Eruit gelicht zijn de uitgangspunten en praktijkvoorbeelden per opvoedingsdoel. Op de groep is de uitgebreidere versie aanwezig.
Uitgangspunten
Bestaat uit vier opvoedingsdoelen:
A een gevoel van emotionele veiligheid bieden.
B gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties bieden.
C gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties bieden.
D de kans om zich waarden en normen, de "cultuur" van een samenleving, eigen te
maken: socialisatie.
De Spetters beschrikt over vijf pedagogische middelen om de vier voor genoemde opvoedingsdoelen te realiseren.
1. de leidster- kind interactie
2. de groepsruimte
3. de groep
4. het activiteiten aanbod
5. het spelmateriaal
Een gevoel van emotionele veiligheid bieden.
Praktijk voorbeeld:
Allemaal opruimen!
Het is tijd om fruit te eten.
We gaan zo fruit eten zegt de leidster, even opruimen alle Spetters ...
Maar A. gaat verder in de bouwhoek met zagen. De leidster zegt tegen A. (op kinderhoogte) iedereen is aan het opruimen, want we gaan zo fruit eten. Alle Spetters ruimen op dus jij ook.
A. zegt terug ... maar ik ben bezig... (hij heeft dus geen tijd?).
kom zegt de leidster, straks na het eten kan je weer verder zagen, kijk de boor hoort in de bouwhoek, A. loopt al direct naar de boor om op te ruimen ... goed zo, kijk daar nog een ...
(Alles opgeruimd)
Goed zo Spetters, dat is super gedaan. We gaan lekker fruit eten.
Smakelijk eten, smakelijk drinken ... met z'n allen ...
Gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties bieden.
Praktijk voorbeeld:
Samen knutselen
Nu de blaadjes van de boom vallen, wordt het herfst. Soms zie je als je goed kijkt... paddestoelen. Wie heeft ze al gezien?
Wij gaan ook padddenstoelen maken. Stempelen met kurk .. kijk zo krijg je stippen, legt de leidster uit. De kurk in de verf dopen dan op het papier drukken, kijk ... We moeten wel wachten op de kurken en het verfbakje, er is niet genoeg voor iedereen.
De oudste mogen knutselen als ze willen. M,W,B+R mogen komen. B. wil liever spelen. Wil je echt niet? Kijk eens hoe mooi het wordt? nee zegt hij. Andere keer dan vraagt de leidster, ja knikt hij is goed, ga lekker spelen.
B. begint en gaat diret goed aan de slag. Dat wordt mooi zegt de leidster.
R. begint te duwen tegen B. ze wil ook. Rustig wachten iedereen mag. (Ze trekt een boos gezicht) maar gaat wel weer rustig zitten... B. ben je klaar. Ja klaar zegt hij. Met een glimlach hij is trots op zijn werk.
Kijk R. jij mag ..als jij klaar bent mag M.
Maar M. weet nog niet zo goed wat je ermee moet met kurken. Zullen we het samen doen? Vraagt de leidster .. ze doet het nog een keer voor ... zo in de verf en dan heel even drukken op het papier en kijk ... een stip. Ja knikt S. lachend mooi he? Ja mooi zegt ze. Nog een keer dopen in de verf ... pak het maar met je hand .. samen doen we het op papier. Mooi he ..mmhh zegt ze .. probeer het zelf maar. De kurk dopend in de verf. Goed zo nu op het papier (dat lukt) zo jij bent groot. Jij kan het al. Whow de grootste glimlach kwam op haar gezicht.
De paddenstoelen geven we een mooi plekje. Trots als ze is ... laten we straks aan papa en mama zien.
Gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties bieden.
Praktijk voorbeeld:
Duwen in de keukenhoek
X. is in het keukentje druk aan het spelen met kopjes drinken te maken, pannekoeken te bakken (nep, onzichtbare). Helemaal in zich zelf bezig. Daar kwam Y. er bij staan spelend in het wasbakje wil hij meedoen.
X. duwt hem opzij en probeert het nog een keer. Hé wat gebeurt daar. De leidster kijkt toe .. kijken of ze het zelf oplossen ... Y. zegt nee hij duwt nog één keer nu horen we een harde NEE zeggen.
De leidster zegt ik hoor duidelijk een nee zeggen. (bukkend op kinderhoogte) Goed zo Y. dat je nee zegt ... samen spelen samen delen, weet je nog? Zegt de leidster. Dus Y. mag hier ook spelen X knikt ja En nu spelen ze samen verder in het keukentje.
Baby huilt
De leidster hoort T. huilen. Wat is er T. vraagt de leidster? Maar ze is nog maar een baby dus ze zegt nog niks terug. Heb je verdriet dat hoeft toch niet. De leidster gaat samen met T. op de bank zitten. A. komt erbij zitten geeft een knuffel en een kusje. Baby huilen zegt A. ... lief van je dat je een knuffel en kusje geeft. Zie je het gaat al beter met haar ... ze geeft ook nog één speeltje aan T. de baby. Zo kan ze er fijn mee spelen, zegt de leidster en zet T. weer op de grond.
De kansen om zich waarden en normen, de 'cultuur'van een samenleving, eigen te maken; socialisatie.
Praktijkvoorbeeld:
Boterhammetjes eten
De leidster is bij het eerste kindje aan het vragen wat hij op de boterham wil. Maar B. weet het al en zegt dat hij smeerworst wil, maar hij zit als derde in de rij aan tafel. Dus hij moet nog even wachten. We gaan het rijte af met vragen, zegt de leidster .. dus als jij je naam hoort vertel je het nog een keer.
Anders wacht je even, net als de rest ook doet.
We zitten gezellig te kletsen over wie welk huisdier heeft. A. heeft namelijk een nieuw huisdier een kat, P. intereseert het niet en gaat liedjes zingen. P. liedjes hebben we al gezongen toen we net aan tafel zaten. Nu zijn we met z'n allen aan het luisteren.zegt de leidster.
Maar P. gaat door. Dan vraagt de leidster P. weet jij wat voor huisdier A. heeft? Nee zegt hij, moet je eens luisteren ... A. hoe heet je kat ... hoor je dat P.?
En P. luistert nu ook mee.
Grenzen stellen en bestraffen
De loopfiets is erg populair. Als we binnen komen vragen ze er al naar.
Maar iemand eraf duwen dat mag echt niet. Wordt er al gezegd door de leidster als ze het ziet gebeuren tegen Z.
5 minuten later ... nou zeg dat kan echt niet, je wacht netjes tot je aan de beurt bent. Als je het nog 1xdoet ga je op de bank zitten... en ja hoor het gebeurt nog een keer. Wat is dat ... ga jij maar gauw naar de bank en goed nadenken.